en

Caption

Kan verbinding met de ander ons redden?

– hoe ik, op zoek naar een spirituele doorbraak, in een soort onbeholpen dans klunzig heen en weer ging met Alec Soth.

In 2016 kreeg wereldberoemde Magnum-fotograaf Alec Soth een spirituele doorbraak toen hij op een bankje in Helsinki zat. Die doorbraak leidde tot zijn bekende fotoreeks I Know How Furiously Your Heart Is Beating (2019), het eerste project dat Soth maakte na zijn mega succesvolle reeks Songbook uit 2015, over de verschillende alledaagse manieren waarop Amerikanen ernaar verlangen dichter bij elkaar te komen: met dans, parken, folklore, het geloof, werk, shoppen en schoonheidswedstrijden.

Museum Helmond heeft twee werken uit I Know How Furiously Your Heart Is Beating in het bezit: het portret van choreograaf Anna Halprin (1920 – 2021) en dat van Olga in Berlijn. Beide beelden gaan óók over dichter bij elkaar komen, maar op een voelbaar andere manier. Ze gaan over de verbinding tussen de fotograaf en de geportretteerde, en tussen de foto en de kijker. Het fascinerende is dus dat die verbinding voortkwam uit een soort mystiek moment dat Soth had op een bankje aan het water, in 2016.

De verbinding die voortkomt uit zo’n ervaring vind ik als schrijver machtig interessant. Ik merk aan mezelf en in mijn omgeving een grote vermoeidheid rondom het maken van nieuw werk. Het voelt achteloos, alsof iedereen maar doorploegt op dezelfde weg zonder vooruit te komen. Doorwerken, iets online posten, terwijl niemand er echt op vooruit gaat, terwijl Gaza honger lijdt en de wereld in brand staat.

Een spirituele doorbraak: hopen we daar niet allemaal op? Ik denk dat het voor heel veel mensen goed zou zijn om te horen hoe uit verbinding inspiratie kan ontstaan, hoe uit een gevoel van verbondenheid nieuw werk, nieuwe kunst en op een bepaalde manier een nieuwe manier van leven kan voortkomen.

Nick. Los Angeles, 2017, uit de serie I know how furiously your heart is beating © Alec Soth / Magnum Photos

Ik hoopte dat Soth daar meer over zou vertellen, en pushte hem in het gesprek die kant op, wat enigszins brutaal aanvoelde gezien Soths statuur als kunstenaar en fotograaf. Ik bedoel: de man maakt sinds de publicatie van Sleeping by the Mississippi 2004 veelgeprezen werken, hij richtte met Little Brown Mushroom zijn eigen uitgeverij op en ik heb met makker Boudewijn Bollmann vaak naar zijn foto’s zitten kijken. Mijn pogingen wijsheid uit hem te persen bleek een klein beetje wrijving op te leveren, maar die wrijving was al met al erg leerzaam. Het gesprek ging ongeveer zo:

Goedemorgen, dank voor je tijd. Ik zou het in brede zin willen hebben over veerkracht en verbinding, omdat ik denk dat veel mensen daar wat van kunnen gebruiken.

Grappig dat je het zegt, want veerkracht is iets waar ik zelf ook veel mee bezig ben. Iedere dag word je om je oren geslagen met slecht nieuws, de politieke situatie in de VS is afschuwelijk met onze president, we zitten de hele tijd op onze telefoons en er hangt kwaads boven ons als een donderwolk én ik worstel met mijn eigen werk op dit moment. Toch weet ik dat ik eerder in zulke situaties heb gezeten, dus ik geloof wel dat ik er weer bovenop kom.

Misschien kunnen we dan nog eens terugkeren naar gelukkiger tijden, naar een zeker bankje in Helsinki in 2016 waarover je al vaak hebt verteld in interviews, een bankje waar je een zekere spirituele doorbraak hebt doorgemaakt.

Je wilt niet geloven hoe vaak ik dezer dagen aan die plek denk.

Is ‘t waar?

Ja, echt! Het is een lange tijd hartstikke grijs geweest hier in Minnesota, maar vanochtend scheen de zon en terwijl ik net mijn ochtendmeditatie deed in die zon dacht ik na over dat moment op het bankje. Net als vanochtend was er iets met het licht toen, in Helsinki. Ik mediteerde – zoals altijd een persoonlijk gebrouwen allegaartje van transcendente meditatie en Vipassana-meditatie – en de manier waarop de zon op het water reflecteerde zorgde voor een doorbraak. Er was iets vreemds aan omringd te zijn door licht. Het is iets wat niet per se een woordelijke ervaring is, maar wel iets waardoor ik daadwerkelijk kon voelen hoe alles één is, en hoe ik daarom verbonden ben met alles. Ik heb daarna ook een tijdlang geprobeerd dat gevoel terug te halen, en dat is dan weer een heel slecht idee.

Waarom moet je niet proberen het terug te halen?

Dat gevoel van één-heid is iets wat me overkwam. Je inspannen, iets aanspannen om dat terug te krijgen druist in tegen de, laten we het ‘openbaring’ noemen.

Ik ben nieuwsgierig naar de verbinding die die ‘openbaring’ je opleverde, wil je daar nog meer over in detail treden?

Kijk: ik voelde dat alles één is. Ik wist het met mijn lichaam. Het probleem was alleen dat het me op de korte termijn eigenlijk uit de fotografie haalde: dat interesseerde me een tijdje niet meer zo. Ik vond het gevoel van connectie en ‘één-heid’ belangrijker dan fotograferen, geld verdienen, zaken waar mijn ego min of meer mee verwikkeld was. Lange tijd hield ik me bezig met zaken met licht en geluid en connectie. Songbook, dat ik ervoor maakte, ging over het sociale leven, over sociale interactie in de Verenigde Staten, en het idee, de vraag of sociale verbinding in de loop der tijd is ontrafeld, is verdwenen. Die reeks staat veel meer in de documentaire traditie van het vastleggen van het sociale leven in Amerika.

Maar wat betekent ‘verbinding’, het sociale leven voor jou dan? Hoe was het vóór je op dat bankje zat, en hoe erna? Dat probeer ik beter te begrijpen.

Ik denk dat ik al mijn hele leven, of in ieder geval sinds ik me van kind af aan kan herinneren, disconnected ben van anderen. Dit is denk ik niet heel dramatisch, het menselijk bewustzijn zelf is al een vorm van je losmaken van andere geesten, maar bij mij ging het waarschijnlijk iets verder dan bij anderen. Ik heb in ieder geval mijn begrip van de wereld gevat in de manier waarop ik ervan verwijderd ben. Ik denk dat fotografie het medium is dat mij in staat stelt die verwijdering heel precies te onderzoeken. Dit voelt een beetje als therapie trouwens, ik zou jou moeten betalen.

Charles, Vasa, MN, 2002, uit de serie Sleeping By The Mississippi © Alec Soth

De manier waarop de zon op het water reflecteerde zorgde voor een doorbraak.

Er was iets vreemds aan omringd te zijn door licht.

Blij om van dienst te zijn! Kan je iets meer over je jeugd vertellen?

Ik groeide op in een buiten-buitenwijk van Minneapolis, echt een stuk stad dat het midden houdt tussen suburb en platteland. Om bij een groep kinderen te komen waar ik nog een klein beetje aansluiting mee had, moest ik al naar de suburbs van Minneapolis zelf afreizen, en dat bracht gewoon flinke moeilijkheden voor mij met zich mee. Ik stond toen eigenlijk al buiten die groep, en toen ik naar de universiteit ging was dat eigenlijk nog steeds het geval. Dat was een soort ramp van sociale uitsluiting.

Waarom?

Ja, als ik dat bespreek wordt het écht therapie en daar willen we waarschijnlijk niet naar toe.

Ik probeer heel precies te begrijpen hoe je je anders verbonden voelde na dat moment in Helsinki, op het bankje.

Het mediteren framede ik niet als ‘ik moet mij met andere mensen verbinden’ maar als ‘alles is verbonden’. De manier waarop het licht op het water sloeg en dan mijn ogen binnendrong, dat was het soort verbinding dat ik in die periode daarna interessant vond. Ik wil niet te zweverig klinken, maar er was en is zo’n gevoel, waarbij het bijna niet uitmaakt of je een connectie hebt met een plant of persoon. Ik heb dat gevoeld, en dat is de connectie waarover ik het heb. Dat gevoel van connectie veranderde ook een tijdlang mijn leven en werk.
Na het moment op dat bankje in Helsinki wist ik dat er iets moest veranderen. Ik heb toen in een oude schuur bij mij in de buurt, zonder elektriciteit of lopend water, tijdelijke sculpturen gemaakt en zitten spelen met licht. En toen ik dat een poosje had gedaan, bracht ik daar mensen heen om gewoon één op één tijd met ze door te brengen. Zonder al te veel woorden uit te wisselen, maar om gewoon in een ruimte met iemand anders te zijn en onze energievelden te voelen. Met één iemand maakte ik een wip, zo’n speeltoestel, weetjewel? Die wip interesseerde me mateloos. De wip werd een soort metafoor voor het maken van portretten, omdat op de wip zitten draait om een uitwisseling van energie, en zo zie ik portretteren ook.

Voorheen zag ik fotografie in termen van hoe ik verwijderd was van mensen. Erna zag ik het als een uitwisseling van energie. Een werk als Broken Manual staat bijvoorbeeld compleet in het teken van mijn verwijdering van anderen, maar bij I Know How Furiously Your Heart Is Beating is dat dus helemaal anders.

Die wip klinkt belangrijk voor je werk.

Dat klopt. Als ik mensen naar die schuur bracht, waren dat dus sessies van een uur waarin ik niet sprak met de andere persoon. Het ging erom ons in het begin juist erg ongemakkelijk te voelen. Ik wist in ieder geval dat mensen zich in het begin ongemakkelijk zouden voelen, want ik zou de eerste tien minuten met mijn ogen dicht zitten, stil aan het mediteren, zonder dat er verder echt contact tussen ons was.

Mensen kregen de instructie om van alles te doen, er was niet alleen een wip, er waren ook boeken en er was verf. Langzamerhand kon er aan de hand van objecten in de ruimte toch iets van communicatie ontstaan. Zo bewogen we dan richting de wip, waar we energieën uitwisselden. Een soort onbeholpen dans. Een klunzig heen en weer bewegen van verschillende krachtvelden.

Ik zeg je eerlijk: ik had een ander beeld bij het gevoel van verbinding voor we aan dit gesprek begonnen. Maar zo leert men! Wat ik me dan wel nu afvraag is hoe je van dat ‘uitwisselen van energieën' weer uitkwam bij daadwerkelijk mensen portretteren. Hoe kwam bijvoorbeeld de foto van Anna Halprin tot stand, die in de collectie van Museum Helmond zit?

De persoon die me hielp mensen te contacteren voor dit project kende Anna goed, en vertelde me dat zij een goed persoon zou zijn om te fotograferen, en dus sprak ik af bij Anna thuis.

Hoe ging dat?

Het was een prachtige middag. Anna gaf me een poster van een van haar optredens van vroeger, we gingen door haar kledingkast om te zien wat ze aan zou doen voor de foto, dat soort zaken. De tijd met Anna was een kado, in dat geweldige huis van haar. En als ik nu terugkijk naar de foto die ik van haar maakte en die in het boek terecht is gekomen, zie ik dat ik buiten stond en zij binnen zat. Oja, ze zat op die prachtige bank, en het glas van het raam naar buiten is tussen ons in. Normaal heeft fotografie dat ook al, omdat de lens een barrière opwerpt tussen jou en de wereld, maar nu zocht ik dat zelf expres uit, voegde ik er een extra laag aan toe. Er leek me ineens niet meer zo’n verschil te zijn tussen binnen en buiten – die zaken staan ook gewoon in verbinding. Het licht komt overal.

2008_08zl0238, 2008, uit de serie Broken Manual © Alec Soth

Anna. Kentfield, California, 2017, uit de serie I Know How Furiously Your Heart is Beating © Alec Soth

En vertel eens over het andere portret, dat van de jonge Olga in de groene jurk.

Nou, het portret van Anna Halperin was denk ik echt mijn terugkeer naar fotografie, mijn officiële terugkeer, en daarna stond ik open voor alles. Het maakte me niet uit, als het maar een connectie was of opleverde. Mijn gallerist in Berlijn zei toen tegen me dat hij graag wilde dat ik zijn dochter zou schieten bij hun thuis, en ik had zoiets van prima, tuurlijk, geweldig, doen we. Er lagen jurken van haar oma op bed, en er was een ingelijst tienermagazine en zij bevond in de leeftijd tussen kind zijn en tiener worden.

Olga, Berlin, 2018, uit de serie I Know How Furiously Your Heart is Beating © Alec Soth

Toen ik las dat je uit een hernieuwd gevoel van verbinding werk maakte, had ik eerlijk gezegd een ander soort verbinding in gedachten. En nu weet ik even niet precies hoe we gespreksmatig vanuit het gevoel van verbinding dat jij omschrijft bij ‘veerkracht’ uitkomen.

Hmm.. ja. Kijk, je stelt serieuze vragen over serieuze onderwerpen, en ik wil die zaken serieus nemen. Maar als ik te veel ga proberen te antwoorden naar jouw idee van wat het moet zijn, bestaat het gevaar dat ik ‘authentiek doe’, in plaats gewoon eerlijk antwoord geef, en daar vind ik de materie te serieus voor.

Ik snap het.

Maar, weet je, ik kom je tegemoet: laat me je nog wat vertellen over waar ik aan denk als je zegt dat je het over ‘veerkracht’ wil hebben. Want mijn werk in de tijd dat ik I Know How Furiously Your Heart Is Beating maakte was bijna een soort langdurige meditatie an sich, waarbij weinig er echt toe deed, en ik ‘maar wat deed’. Na een poosje kwamen er toch echt weer vereisten van de wereld bij kijken: ik moest gewoon serieus werk produceren, een studio runnen, en, plat gezegd: geld verdienen. Dus ik ging er weer tegenaan, maar het knaagde ook aan me, en toen veranderde alles natuurlijk in 2020, met Covid, met George Floyd.

Hielp die doorbraak op het bankje je toen ook nog?

Op een bepaalde manier wel. Een van de projecten die ik in mijn hoofd had, had te maken met Abraham Lincoln en de politieke situatie in Amerika en Trumps presidentschap. Ik probeerde allemaal ideeën over wat belangrijk was in dat project te stoppen, waardoor het een soort van bullshit werd.

Pas toen ik op pad ging met een assistent, kon het gebeuren. “We laten dat hele Abraham Lincoln-idee zitten en we doen gewoon wat goed voelt”, zei ik tegen die assistent. We reden rond in een auto met alle camera-apparatuur en attributen, en onderweg bezochten we steeds boeddhistische kapelletjes, waar ik mediteerde. Er ontstond een sfeer van openheid en van mogelijkheden, in plaats van een sfeer van ‘wat moet’ of ‘wat nodig’ is, en daardoor kon dat nieuwe project echt van de grond komen. Dat werd toen Pound of Pictures.

Het is met fotografie, en eigenlijk iedere kunst- en maak-vorm als met het rijden van een fiets: als je te hard in je stuur knijpt, dan komt er niks van. Op een gegeven moment moet je relaxen, het wat losser kunnen laten, en dan gebeurt het pas. Wat ik merk is dat dit ook een kwestie van ervaring is, je wéét dat het zo gaat, en daardoor weet je dat je moet volhouden. Altijd als ik op slot zit, als het te strak is, dan zit er geen lucht in het werk, dan werkt het niet.

Grappig – dit voelt als een soort les voor wat ik fout doe in dit gesprek. Dat ik mijn ideeën over wat ik van je wil horen over veerkracht en verbinding misschien aan je opdring.

Haha, ach.

Fort Worth, Texas, 2021, uit de serie Pound of Pictures © Alec Soth

Ames, Iowa, 2021, uit de serie Pound of Pictures © Alec Soth

Maar laat ik mijn laatste vraag dan echt dicht bij mezelf houden: hoe ga je om met de tegenstelling dat dingen licht proberen te houden ze soms ook zo triviaal kan laten voelen, in het licht van al het verschrikkelijks wat er in de wereld gebeurt?

Die tegenstelling is precies waar ik doorheen ging met het maken van Pound of Pictures. Ik moet me authentiek voelen om iets te maken, maar het kan ook helemaal verkeerd voelen om iets authentieks te maken of, hoe moet ik het noemen, iets wat gevoelsmatig spilzuchtig is. Op dit moment zou ik graag foto’s maken van planten en bloemen in mijn tuin, van de tuin zelf. Tegelijkertijd is ICE mensen aan het oppakken en deporteren in razzia’s. Kijk ik dan over dertig jaar terug op dit moment om op te merken dat ik mijn tuin fotografeerde toen ICE mensen van straat plukte? Dat voelt niet goed. Tóch vertrouw ik erop dat er iets goeds van dit moment, iets van verzet, in mijn werk terechtkomt. Het is alleen niet zo één op één. Ik ben niet de fotograaf die ICE-deportaties zelf gaat vastleggen.

Wat de laatste tijd voor mij helpt is om de dingen die ik maak te zien als zaadjes die ik her en der plant. Het zijn foto’s die ik maak, maar ook gesprekken als deze, met jou. Je doet wat je denkt dat goed is, ook al maak je er niet in directe zin de wereld mee beter. Maar het kan de kans hebben uit te groeien, weer iemand anders te bereiken, die er misschien hopelijk zelf weer iets moois mee kan doen of maken.

En mediteren, raad je dat aan?

Ja, uiteraard! Maar dat hoef ik niet zo actief uit te dragen hoor.

Meld je aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuwe publicaties, het museum en haar collecties.

00:00